Hans van Maanen

Encyclopedie van misvattingen

Voorwoord

Onze kennis is goed georganiseerd
Een belangrijke misvatting, vooral gehuldigd door mensen die zichzelf 'verstandig' achten. Zij denken dat hun kennisreservoir een soort databank is waaruit zij door een druk op de knop elk gewenst gegeven kunnen bovenhalen. Belangrijker nog, dat nieuwe kennis keurig wordt samengevat en opgeslagen, terwijl verouderde en achterhaalde feiten tegelijkertijd worden gewist.
Was het maar waar. Onze hersenen lijken meer op een uitdragerij, vol met verstofte feiten en vastgeroeste meningen, met nooit weerlegde onzin en nimmer getoetste geruchten.
Vanaf onze vroegste jeugd stellen wij alles in het werk om de wereld te verklaren, en met hulp van ouders, leeftijdgenoten en onderwijzers ontwerpen wij onze theorieën. De meeste daarvan zijn, letterlijk, kinderlijk. Ze worden vaak vervangen door nieuwe als er nieuwe gegevens komen, maar soms komen er geen nieuwe gegevens, en soms worden ze toch niet vervangen. We weten zeker dat de Rijn bij Lobith ons land binnenkomt, ook al hebben we het nooit gecontroleerd, en we zijn ervan overtuigd dat de islamitische rechtspraak wreed was, ook al hebben we ons er nooit in verdiept. 'Groter als' mag niet, al zijn de enige autoriteiten onze ouders en de schoolmeesters, en sommige mannen weten zeker dat een vrouw niet kan worden verkracht als ze niet meewerkt.
Sinds Freud is duidelijk hoezeer kinderlijke resten in het gevoelsleven ons parten kunnen spelen, maar hetzelfde geldt voor ons verstand. Ook dat komt langzamerhand vol te zitten met fossiele resten, met achterhaalde theorieën en zelfs met onderling tegenstrijdige opvattingen. De hersenen zijn geen haar beter dan het hart.

Onze kennis is deugdelijk
Veel meer dan wij beseffen, is onze kennis bovendien slechts 'van horen zeggen'. Wij denken dat wat wij doen verstandig is, maar in feite doen we veel vaker wat ons ooit eens is gezegd. Vraag een willekeurige voorbijganger waarom hij zijn tanden poetst, en hij zal er een goede reden voor hebben — het voorkomt gaatjes, het gebit blijft beter behouden, of iets dergelijks. Maar in feite heeft hij dat alleen maar van de tandarts gehoord, zelf heeft hij nog nooit stilgestaan bij de vraag of het werkelijk uitmaakt, en het is onwaarschijnlijk dat hij van wetenschappelijk onderzoek weet waarin dat wordt nagegaan. Wat de voorbijganger doet, is slechts het gebod van de tandarts opvolgen — het is, in de woorden van de socioloog Max Weber, eigenlijk meer 'religieus' dan 'doelgericht' gedrag.
Natuurlijk, soms klopt het wat de autoriteit ons zegt, maar soms ook niet, en het toetsen van alles wat we uit de tweede hand vernemen, is ondoenlijk. Maar op deze wijze kunnen zich allerlei kleine en grote onwaarheden in onze hersenen nestelen die we niet afdoende hebben gecontroleerd.
Daar moet nodig de bezem door — en daarvoor is dit boek. De argumenten van uw ouders, onderwijzers en tandarts zijn zwakker dan u dacht, hun partijdigheid groter, en hun feitenkennis geringer. Folklore, fabels en flauwekul vieren hoogtij, en dat is volgens mij niet goed. De waarheid zullen we wel nooit vinden, maar sommige opvattingen zijn minder onwaar dan andere.

Dit is een origineel boek
Integendeel, boeken over 'dwalingen bij het gewone volk' bestaan al bijna even lang als er boeken bestaan. De beroemdste zijn natuurlijk de onvoltooid gebleven Dictionnaire des idées reçues en de Catalogue des idées chic van Gustave Flaubert, die aan het eind van de negentiende eeuw toen modieuze opvattingen en platitudes op een rij zette. Hetzelfde procedé volgden de Amerikanen H. L. Mencken en G. J. Nathan met hun geestige The American credo uit 1920 — ook zij beperkten zich tot het melden van de heersende clichés (‘24. Dat postbodes in een dorp alle briefkaarten lezen.’ ‘463. Dat als je iemand gaat ophalen op het station, de trein nooit op tijd komt.’).
Aan het andere uiterste staan de schrijvers die een prachtige literaire verhandeling aan een enkele misvatting kunnen wijden, met in Nederland als lichtend voorbeeld Karel van het Reve met Uren met Henk Broekhuis uit 1978 en in Amerika M. F. Ashley Montagu en Edward Darling met hun The prevalence of nonsense (1967) en The ignorance of certainty (1970).
Mijn directe inspiratiebron was echter The dictionary of misinformation, die de Amerikaanse taalkundige Tom Burnam in 1975 schreef, en zijn manier van werken heb ik gevolgd. Ik meld een gangbare opvatting, en ik zeg vervolgens waarom die ten onrechte wordt gehuldigd. Sommige opvattingen zijn snel weerlegd, andere vereisen meer argumentatie, en hier en daar heb ik, als ik dacht dat het nodig zou kunnen zijn, een literatuurverwijzing gegeven. En trivia ga ik nooit uit de weg.
De misvattingen heb ik zoveel mogelijk systematisch gerangschikt en in een logische volgorde gezet. Dat vereenvoudigt het opzoeken en leest, hoop ik, ook prettiger door.

Dit boek heeft de waarheid in pacht
Met het corrigeren van andermans misvattingen hebben we nog niet het gelijk aan onze zijde. Ook ik beroep mij in dit boek op autoriteiten, op argumenten en op feiten die misschien niet deugen. Maar het is een begin, en daar gaat het om.
Met vrijwel alle misvattingen ben ik bij een academisch of anderszins onderlegde deskundige langs geweest. Ik werd soms verlegen van de moeite die zij allemaal voor mij wilden doen — professoren doken een uur de bibliotheek in om een detail na te zoeken, hoofddocenten stuurden stapels fotokopieën van wetenschappelijke artikelen — en ik wil ze nu daarvoor graag nogmaals bedanken.
Maar er zijn ongetwijfeld door mij en door mijn bronnen weer nieuwe fouten gemaakt. Dat bleek ook wel: soms vaker dan mij lief was, kreeg ik brieven van lezers die op onvolkomenheden wezen, die belangrijke aanvullingen hadden, die kritiek hadden op mijn argumentatie. Eerdere drukken zijn helemaal doorgespit door Jaap Engelsman, Jan Willem Nienhuys en Barbara Thiel — ook van hun opmerkingen heb ik dankbaar gebruikgemaakt — en sinds de vorige druk zijn lezers blijven komen met scherpzinnige aanvullingen en mooie suggesties. En nog zal deze editie van de encyclopedie niet perfect zijn.
Minder had ik het streven volledig te zijn. In mijn ogen al te evidente misvattingen ('van masturberen krijg je tering', 'de Verschrikkelijke Sneeuwman bestaat') waren al voor de eerste druk gesneuveld, evenals opvattingen die volgens mij niemand echt gelooft ('een ei is eerder klaar als je het water harder laat koken', 'een bij verzamelt honing'). Nog afgezien van alle aardige misvattingen die ik nog steeds over het hoofd zie.
Dat betekent ten eerste dat uw favoriete opvatting niet buiten kijf staat als die niet in deze encyclopedie staat. En ten tweede dat ik mij voor uw favoriete misvatting aanbevolen blijf houden.

Een aanvullend deel was beter geweest
Ik vrees dat het verzamelen van misvattingen, en het optekenen en weerleggen ervan, een levenswerk gaat worden. De eerste druk van de toen nog Kleine encyclopedie van misvattingen verscheen in 1989. Toen een paar jaar later duidelijk werd dat ik zoveel aardige nieuwe misvattingen had verzameld dat een aanvulling tot de mogelijkheden ging behoren, ontstond het dilemma een geheel nieuw tweede deel te maken of een dikkere, tweede editie. Na enige omzwervingen ontstond in 2002 die dikkere, tweede editie — zo dik dat de uitgever voorstelde het 'kleine' uit de titel te schrappen.
Inmiddels zijn we weer een paar jaar verder, en werd het tijd die tweede editie te herzien. Ook nu kozen wij voor een (nog) dikker boek. Er zijn ruim vijftig misvattingen bijgekomen, ik heb er vijf geschrapt, en ik heb elke misvatting nog eens tegen het licht gehouden en zo nodig geactualiseerd, uitgebreid, verduidelijkt of anderszins verbeterd. Sommige spectaculair, andere amper zichtbaar. Op de website misvattingen.nl staat een overzicht van de wijzigingen; ik wilde het boek meer op zichzelf laten staan.
Het nalopen van al die misvattingen was vooral een oefening in bescheidenheid: zelfs na zoveel drukken en zoveel exemplaren kwam ik nog foute initialen, verkeerde jaartallen en andere missers tegen. Als u er nog meer vindt: ik hoor ze graag. Ook die verbeteringen zullen snel hun weg naar de website vinden. Gelukkig lijkt het merendeel van de letters nu toch wel op de goede plaats te staan.
Ik kan, ten slotte, slechts hopen dat deze nieuwe, uitgebreide, geactualiseerde en inmiddels bijna 'grote', editie even goed wordt ontvangen als de voorgaande.