Hans van Maanen

Encyclopedie van misvattingen

Godsdienst

De Grieken offerden dieren
Ze deden wel alsof, maar in feite offerden ze alleen maar het oneetbare slachtafval --- met vet bedekt om de goden voor de gek te houden. Het vlees aten ze zelf op tijdens het offermaal.
Grieken aten niet vaak vlees; een beschaafd persoon heette een 'brood-eter'. Nog veel minder vaak offerden de Grieken werkelijk een compleet dier; men sprak dan van een holˇkauston, een totale verbranding.
De offertraditie werd gevestigd door de listige Prometheus. Hij maakte twee porties: het goede vlees verpakte hij in een pens, van de kale botten maakte hij een fraaie schotel met veel blank vet. Hij liet Zeus de keus. De alwetende had hem uiteraard door, maar koos toch de botten. Voor straf weigerde hij echter het vuur aan de mensheid te geven.

Mannen hebben een rib minder

Eva at een appel

Adam en Eva werden het paradijs uitgejaagd omdat zij van goed en kwaad wisten

Het ka´nsteken gaf aan dat Ka´n moordenaar was

Adam en Eva hadden twee zonen, Ka´n en Abel

De dronken Noach werd bespot door zijn jongste zoon

Onan masturbeerde

Mozes liep met hoorntjes

Delila schoor Simson kaal

Absalom bleef hangen aan zijn haar

Zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen smeden

Jonas zat gevangen in een walvis

'Maria onbevlekt ontvangen' betekent dat zij maagd bleef

Maria, de moeder van Jezus, was maagd

Jezus werd op 25 december geboren

Jezus werd AD 1 geboren

Drie koningen kwamen uit het oosten

Niemand hoort de roepende in de woestijn

Jezus zei: 'De eersten zullen de laatsten zijn.'

Maria Magdalena waste Jezus' voeten

Jezus droeg zelf Zijn kruis

Er waren twaalf apostelen

Geld is de wortel van alle kwaad

De Apocalyps is de dag des oordeels

Pasen is de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente
In 1903 was er in Europa een maansverduistering op eerste paasdag --- een beter bewijs dat de maan vol is, is niet te geven. Kennelijk ligt de regel toch wat anders. Al sinds eeuwen wordt de paasdatum niet door de maan (en ook niet door het Vaticaan), maar door de rekenkunde bepaald.
De beslissing Pasen te laten vallen op de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente werd al vroeg in de derde eeuw genomen. Maar het exacte tijdstip van volle maan is niet eenvoudig te voorspellen --- een paar minuten verschil rond middernacht kan een week verschil in paasdatum opleveren, en met een beetje pech kan het een maand schelen.
Dionysius Exiguus kreeg in ongeveer 525 de opdracht een paasrekening op te stellen die voor iedereen aanvaardbaar was --- over het centrale feest van het christendom mocht immers geen ruzie zijn.
Het bepalen van de paasdatum, de computistiek, gold in de Middeleeuwen als het moeilijkste vak op de kloosterscholen. Tegenwoordig kan iedereen het, zelfs met de ingewikkelde aanpassingen die paus Gregorius XIII in 1582 liet doorvoeren om het kalenderjaar nauwkeuriger te laten aansluiten bij het astronomische jaar. Het berekenen van de paasdatum voor elk jaar na 1582 in acht eenvoudige stappen (bij de delingen hoeft u steeds alleen maar het deel voor de komma te nemen, 13,5 wordt dus 13):
a. deel het jaartal door 19, neem de rest van die deling en tel er 1 bij op;
b. deel het jaartal door 100 en tel er 1 bij op;
c. vermenigvuldig de uitkomst van b met 3, deel door 4 en trek er 12 af;
d. vermenigvuldig de uitkomst van b met 8, tel er 5 bij, deel die som door 25 en trek er 5 af;
e. vermenigvuldig het jaartal met 5, deel door 4, trek daar eerst de uitkomst van c af en dan nog 10;
f. vermenigvuldig de uitkomst van a met 11, tel daar 20 bij op, tel er de uitkomst van d bij op en trek daar de uitkomst van c af. Deel dat getal door 30 en neem de rest. Als die rest 24 is, of als de rest 25 is en de uitkomst van a was 11, tel dan 1 bij de rest op;
g. trek nu de uitkomst van f af van 44. Blijft er minder dan 21 over, tel dan 30 erbij;
h. tel de uitkomsten van e en van g op, deel deze som door 7 en bepaal de rest. Trek die af van de uitkomst van g vermeerderd met 7. Als de uitkomst van h kleiner is dan 31, valt pasen op h maart, is h groter dan 31, dan valt pasen op h – 31 april.
Voor j = 2038, en wat wiskundiger geformuleerd:
a = j mod 19 + 1 = 6
b = int(j / 100) + 1 = 21
c = int(3b / 4) - 12 = 3
d = int((8b + 5) / 25) - 5 = 1
e = int(5j / 4) - c - 10 = 2534}
f = (11a + 20 + d - c) mod 30 = 24, dus f = 25
g = 44 - f = 19, dus g = 19 + 30 = 49
h = g + 7 - ((e + g) mod 7) = 56

Eerste paasdag 2038 is dus 25 april. Pasen op 25 april is zeer uitzonderlijk, de vorige was in 1943.
Bovenstaand algoritme komt rechtstreeks van de geleerden die in opdracht van paus Gregorius XIII de kalender herzagen, Aloysius Lilius en Christophorus Clavius. De 'oude' definitie van Pasen vormde wel de grondslag voor de berekeningen van Dionysius en Clavius, maar de maan is een puur mathematisch object geworden, en de paasdatum is gedefinieerd als de uitkomst van bovenstaande berekening. Clavius wist al dat er verschillen zouden optreden. Hij vergeleek de astronomische en de kerkelijke maan uitgebreid, en hij dacht ook al aan de bewoners van het recent ontdekte zuidelijk halfrond: die moesten zich houden aan de lente van het noordelijk halfrond, waar Jezus immers had geleefd en gewerkt.

Sinterklaas werd op 5 december geboren

Xmas is vulgair Amerikaans voor Christmas

Christenen geloven omdat het absurd is

Om heiligen hangt een halo

Mohammed vluchtte naar Medina

De islamitische rechtspraak was wreed